Laaggeletterdheid en dyslexie

Door de generaties heen - Prof. dr. Aryan van der Leij

Bron: 11 april 2017, Lexima

Laaggeletterdheid en dyslexieOm goed mee te kunnen draaien in de hedendaagse maatschappij is het belangrijk om te kunnen lezen en schrijven. Maar elk jaar verlaten 25 000 leerlingen die moeite hebben met deze essentiƫle vaardigheden het VO; zij stromen laaggeletterd de maatschappij in. Daarmee opent prof. Dr. Van der Leij zijn lezing.

In onderzoek, beleid en in de praktijk worden laaggeletterdheid en dyslexie als twee aparte fenomenen beschouwd. Maar wat zijn dan de verschillen en overeenkomsten tussen laaggeletterdheid en dyslexie? Voor dyslexie geldt dat de hardnekkige problemen met lezen en schrijven blijven bestaan ondanks het aanbod van gedegen onderwijs en intensieve instructie. Terwijl in de definitie van laaggeletterdheid het gebrek aan (adequaat of intensief) onderwijs juist als voornaamste oorzaak wordt aangewezen.  In zijn lezing laat hij zien dat kinderen die risico lopen op dyslexie / laaggeletterdheid vroegtijdig (groep 2)  geĆÆdentificeerd kunnen worden, onder andere door te kijken naar leesvaardigheid van ouders. Prof. Dr. Aryan van der Leij deed onderzoek naar interventie met het programma Bouw!  Hij concludeert dat het risico op laaggeletterdheid door vroege interventie te bestrijden is en voor dyslexie aanzienlijk gereduceerd kan worden. Hij verwacht dan ook dat wanneer vroege identificatie en interventie meer gemeengoed worden, de late identificatie van dyslexie steeds minder zal voorkomen. Hij geeft ons ten slotte nog stof om over na te denken: Bestaat de 'ware' laaggeletterde nog als de onderwijsfactor wordt uitgesloten? In de woorden van Aryan van der Leij wordt dyslexie het ernstige leesprobleem dat overblijft nadat laaggeletterdheid succesvol is bestreden. 

NDC_9MAR16-999