Het kleuterbrein trainen helpt!

Dr. Maaike Vandermosten

Bron: 11 april 2017, Lexima

kindvriendelijke MRIDe aanleg voor dyslexie kan al worden aangetoond in de hersenverbindingen van jonge kinderen, maar extra oefening lijken deze verbindingen wel te kunnen verbeteren. Deze bevindingen kwamen naar voren uit een langlopend onderzoek door Dr. Maaike Vandermosten (KU Leuven). Het inzicht uit dit onderzoek kan bijdragen aan de vroege herkenning van kinderen met dyslexie en geven hoop voor een betere leesstart met gerichte interventie.

Taalverwerking
In de hersenen zitten verschillende gebieden die betrokken zijn bij de verwerking van taal, zoals praten, horen, lezen en schrijven. Elke klank heeft een specifieke voorstelling in de hersencellen van het taalgebied, een soort vingerafdruk. Zo heeft 'ba' een andere vingerafdruk dan 'da'. Deze klankvingerafdrukken worden doorgegeven aan de andere taalgebieden via zes belangrijke verbindingen. Met functionele MRI-scans kan de activiteit van specifieke hersenverbindingen zichtbaar worden gemaakt. Zo is uit eerder onderzoek gebleken dat bij volwassenen met dyslexie deze verbindingen zwakker zijn dan bij volwassen zonder leesproblemen, terwijl de klankvingerafdrukken normaal zijn. Klankherkenning gaat dus goed bij dyslectici alleen de taalverwerking gaat langzamer door de zwakkere verbindingen.

Jonge kinderen
Voor haar onderzoek heeft Vandermosten jonge kinderen onderzocht met behulp van de functionele MRI. Op de Nationale Dyslexie Conferentie 2017 laat zij zien hoe de hersenverbindingen van jonge kinderen zich over de tijd ontwikkelen. Daarvoor had zij twee groepen kinderen met elkaar vergeleken: kinderen met familiair risico op dyslexie en kinderen zonder verhoogd risico. De eerste MRI-scan was genomen voordat de kinderen leerden lezen op school en de tweede MRI-scan was een jaar later genomen. Uit de eerste scan blijkt dat de verbinding voor klankverwerking al zwakker zijn bij risicokinderen nog voordat zij hebben leren lezen. Ook blijkt dat deze verbindingsroutes nog sterk in ontwikkeling zijn waardoor taalverwerking langs een groter aantal routes loopt dan bij volwassenen. Daarnaast laat Vandermosten zien dat met de MRI-scan de kans op dyslexie nog beter kan worden voorspeld. De tweede scan een jaar later laat zien dat de verbindingen nog steeds zwakker zijn bij risicokinderen maar dat bepaalde verbindingen wel sterker geworden zijn bij alle kinderen. Dat is opmerkelijk omdat de verbindingen bij risicokinderen ook sterker geworden zijn. De ouders van deze kinderen gaven aan dat zij hulp zijn gaan zoeken omdat zij wisten dat hun kind mogelijk dyslexie had. De eerste signalen wijzen er dus op dat extra oefening samenhangt met het sterker worden van de hersenverbindingen.

Praktijk
Zoals Professor Pol Ghesquière, betrokken bij dit onderzoek in Leuven, bepleit in dagblad de Morgen: De aanpak van kinderen met dyslexie kan vroeger."Zelfs in de derde kleuterklas [groep 2] al. Want kleuters vertonen al risicosymptomen." Het onderzoek loopt nog door bij deze jonge kinderen in de hoop hen een betere leesstart te kunnen geven met een computergestuurd leesprogramma."Maar er zal altijd een groep blijven met problemen. Je gomt dit niet zomaar uit." Het gevaar blijft dat anderen denken te weten wat een dyslectisch kind kan, aldus Ghesquière."Dat werkt allesbehalve stimulerend. Terwijl sommigen het wel ver schoppen. Zo had ik hier een doctoraatsstudent, met dyslexie én twee universitaire diploma's. Maar geautomatiseerd schrijven lukte nog altijd niet."

Referenties:

Dyslexie en het brein: nieuwe inzichten, SciLogs, 5 december 2013 http://www.scilogs.be/neurolog/dyslexie-en-het-brein-nieuwe-inzichten/

De neurobiologische oorsprong van dyslexie, Nationale Dyslexie Conferentie, 5 april 2017 /sprekers/vandermosten-maaike

Experts vragen andere aanpak: "Etiket dyslexie is vaak onterecht", de Morgen, 11 februari 2017, http://www.demorgen.be/wetenschap/experts-vragen-andere-aanpak-etiket-dyslexie-is-vaak-onterecht-b240bc3b/

NDC_9MAR16-999